Wat is vlees precies?

Vlees bestaat uit spier-, vet- en bindweefsel. Het bindweefsel bepaalt in belangrijke mate de malsheid van het vlees. Hoe meer bindweefsel, hoe minder mals vlees is. Over het algemeen is het zo dat in het achterste gedeelte van het dier (het minst actieve gedeelte, dus het deel waar het dier het minst mee doet) het meest malse vlees zit. Dat deel bevat dus het minste bindweefsel. Spieren die een dier veel heeft gebruikt (zoals de schouders en de poten) bevatten naar verhouding meer bindweefsel. Dit vlees is daardoor minder mals. Ook de leeftijd van het dier heeft invloed op de hoeveelheid bindweefsel. Vlees van oudere dieren (een volwassen rund) bevat meer bindweefsel dan vlees van jonge dieren (een kalf).

Vlees met veel bindweefsel is zeer geschikt om te stoven (bijvoorbeeld sukadelapjes of rib- en borstlappen). ‘Stoven’ wil zeggen dat het in een gesloten pan in vocht op een zacht vuurtje gedurende lange tijd gaar wordt gemaakt.

Aan een karkas van een geslacht dier (het lichaam van een overleden dier) kun je goed zien waar al die verschillende soorten vlees zitten die je in de winkel ziet. Ze worden verkocht als ‘vers vlees’. De slager verkoopt het ‘puur’, maar ook gekruid, gepaneerd of op een andere manier bewerkt (in stukjes gesneden, fijngehakt of gemalen in een vleesmolen).

De bekendste stukken vers vlees die van het varken afkomstig zijn, zijn de karbonade, de hamlap, de varkenshaas, de varkensfricandeau en de varkenslap (de speklap). Van het rund zijn dat de biefstuk, de ossenhaas, de sukadelap, de entrecote en de riblap.

Wist je dat: We in Nederland gemiddeld meer dan 80 kilo vlees per persoon per jaar eten?

Tip: De ‘wist je datjes’ zou je ook als vragen kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld: Hoeveel kilo vlees denken jullie dat we in Nederland per persoon, per jaar eten?

Vlees en voeding
Eten en drinken doe je niet alleen omdat het lekker is, maar ook omdat het nodig is voor jouw lichaam. Voedingsmiddelen bevatten nuttige stoffen (voedingsstoffen) die jouw lichaam nodig heeft om te kunnen groeien en te bewegen. Maar ook voor allerlei andere zaken in jouw lichaam zijn ze nodig, zoals ademhalen en het kloppen van jouw hart.

Nuttige stoffen voor jouw lichaam zijn onder andere vetten, koolhydraten en eiwitten. Ze zitten meestal in grote hoeveelheden in voeding. De eerste twee stoffen (vetten en koolhydraten) leveren vooral energie.

Eiwitten zijn belangrijk voor de opbouw van botten, spieren, organen, huid en zenuwstelsel. Vetten, koolhydraten en eiwitten zitten in planten én in dieren. Bij vetten en eiwitten wordt daarom onderscheid gemaakt in ‘plantaardige’ en ‘dierlijke’ vetten en eiwitten. Het is van belang dat jouw lichaam dagelijks voldoende van al deze nuttige stoffen binnenkrijgt.

Eén voedingsmiddel dat al deze voedingsstoffen in voldoende mate bevat, is er niet. Daarom is het belangrijk dat je zo gevarieerd mogelijk eet. Als je voldoende varieert, voorkom je dat er tekorten optreden. Ook de kans dan kleiner dat je teveel van hetzelfde binnenkrijgt, want ook dat is niet goed voor je lichaam. En als je daarnaast ook nog wat aan beweging en sport doet, heb je best een gezonde leefstijl!

Wist je dat:
  • Er wereldwijd meer dan 1.000 runderrassen bestaan?
  • De bekendste Nederlandse rassen de Rood- of Zwartbont zijn?
  • Je deze herkent aan de rode of zwarte tekening?
  • Het oudste Nederlandse ras de Groninger `blaarkop’ is?
  • Over dit ras voor het eerst geschreven werd in de 14e eeuw?
  • Dit ras egaal rood of zwart is met een witte kop?
  • De meest gebruikte varkensrassen in Nederland de Nederlandse Lansras, het Fins Landras, de York en de Large White zijn?

Bron: vleesvanfoktotkok.nl